Movimento dell'Mondo

Op wandel in een sprookje

We zijn in Padum, het dorp aan het einde van de weg. Tibetaanse vlaggetjes en kleurrijke gebedsmolens sieren de straat. Vele foto’s van de Dalai Lama maken duidelijk dat we ons dichtbij de kern van het boeddhisme bevinden.
De meeste reizigers ondernemen in de Zanskarvallei een meerdaagse trektocht. Manu en ik houden het bij dagwandelingen.

Padum Palace

Na de heftige rit doen we het nog even rustig aan. We gaan het dorp verkennen. Vijf minuten later zijn we het dorp al uit, dus wandelen we een beetje verder naar een kleine heuvel die ons intrigeert. We beklimmen de rode trappen. Voorbij elke hoek wacht ons een nieuwe verrassing. Een witte muur met 8 kleine chortens elk voorzien van een gouden godsbeeld, een huis gehakt uit een rots, een kleurrijke plafondschildering, een bouwvallige gevel,… Bovenaan worden we beloond met een grote beschilderde chorten en een fenomenaal uitzicht.
Het hele gehucht is verlaten en toch zien we tekenen van leven. Sloten op sommige deuren, een satellietschotel, koeienmest op de daken om te stoken in de winter,… Op de terugweg zien het het bord “Padum Palace” en ik voel mij inderdaad een prinses die kuiert door haar sprookjespaleis.

Karsha

Eén welbepaalde foto uit onze reisgids heeft ons naar Zanskar geleid. Pas bij aankomst komen we erachter dat “the Monastry of Pukthal” 3 dagen wandelen van ons verwijderd is. Het is onmogelijk om er met de auto te geraken, een overstroming heeft alle bruggen weggespoeld.
We gaan op daguitstap naar een gelijkaardig klooster in Karsha, 12 kilometer verder. We vertrekken vroeg. Lunchpakket, fototoestel en vele liters water zijn gepakt. Het weer is gunstig, de wolken sparen ons vooralsnog van de brandende zon.
We zien Karsha al van ver liggen, maar schijn bedriegt, we hebben toch 2,5 uur nodig om de voet van het dorp te bereiken. Onderweg ontmoeten we hardwerkende Indiaërs, schattige kalfjes en de rijkere en/of luiere toerist die met de jeep het klooster bezoekt.
Wat mij het meest verbaast zijn de bergen. Ik kan amper geloven dat ze echt zijn. De vorm en de belichting zijn zo perfect dat ik mij in een videogame waan.
Het klooster is fascinerend, een verzameling witte lemen huisjes gebouwd tegen de bergflank. Het klooster sprankelt van bezigheid. Sommige boeddhistische monniken genieten van hun lunchpauze. Anderen geven in kleermakerszit les aan jongens die op vroege leeftijd zijn verkozen tot monnik. De gebedszaal wordt op het gemak gerenoveerd en nieuwe muurschilderingen met zorg aangebracht.
Op de terugweg is alle ‘fun’ eraf. De vele spullen die om mijn nek bengelen in combinatie met de middagzon, geven mij barstende hoofdpijn. Anderhalf uur lang slof ik op automatische piloot achter Manu aan. Nergens is er een schaduwplek te bespeuren. We wandelen door een stoffig en rotsig woestijnlanschap. In de verte zie ik een enkele boom, maar mijn optimisme bedriegt opnieuw. De weg ernaartoe blijft aanslepen. Eindelijk thuis kruip ik in bed en neem ik mezelf voor om nooit meer te wandelen.

Op weg naar Bardan

Twee dagen later sta ik alweer paraat om het klooster van Bardan te bezoeken. We nemen onze voorzorgen, tenminste Manu verplicht mij om voorzorgen te nemen. Ik mag geen rugzak dragen, mijn hoedje wordt op mijn hoofd geniet en ik word bedolven onder een dikke laag zonnecrème.
We zoeken de brug over de rivier, maar vinden enkel de resten ervan. Mijn optimisme maakt mij wijs dat er ergens een nieuwe brug zal zijn en we wandelen voorlopig verder langs de rechteroever.
Na vijf kilometer zegt mijn man “zullen we tot aan de sneeuw gaan”. Ik kijk naar rechts en zie in de verte een besneeuwde top. Ik lach en wandel voort, maar mijn gekke man meent het. Ik kijk nog eens goed en zie inderdaad een soort van pad. Ik stem in met de waanzin, al geloof ik nooit dat we de sneeuwlijn halen. Manu daarentegen heeft er goede moed in en denkt dat we er op een uurtje zullen zijn.
Drie uur en menige rustpauze later breng ik hem aan zijn verstand dat we het nooit halen. Of toch ik niet. Ik dans, ik jog, ik doe yoga, ik wandel uren aan een stuk, maar bergen beklimmen is niet mijn sterkste kant. Hoewel ik vandaag best hoog ben geraakt. Ik nestel mij op een rots met wat water en bananen, terwijl mijn alfaman nog hoger klimt. Ik zie hem steeds kleiner worden tot hij nog slechts een stip is. Hij maakt enkele prachtige panoramafoto’s en samen beslissen we dat de sneeuwlijn voor een andere keer zal zijn.
Tijdens het dalen zien we links van ons het gele dak van een gompa. We besluiten langs de bergflank richting dit gele puntje te klauteren in plaats van dezelfde ‘saaie’ weg terug te volgen. We balanceren op grote en kleine rotsen en schuiven uit in het mulle zand. Onze benen geraken vermoeid en het kost veel energie en concentratie om de juiste stappen te zetten. Ik grap tegen Manu dat onze moeders in kanon een hartaanval krijgen, moesten ze ons bezig zien. Wij genieten echter volop van dit niet geplaveide pad. Ik waan mij een karakter uit Lord of the Rings. Samen zijn we op een uitdagende queeste door de ongerepte natuur, niemand is ons hier voorgegaan.
Twee uur later bereiken we trots het gele dak en daar begint de laatste etappe naar Padum.

Foto’s

Padum Palace
Straten van Padum1 Straten van Padum2Padum Palace1Padum Palace4Padum Palace2Padum Palace3Padum Palace6Padum Palace9Padum Palace5ChortenPadum Palace8Padum Palace7

Karsha
Foto Rough Guide Zanskar Indaers aan het werk1 Indaers aan het werk2 Indaers aan het werk3 Kalfjes in Karsha Onderweg naar Karsha1 Onderweg naar Karsha2 Onderweg naar Karsha3 Karsha Monastery1 Karsha Monastery2 Karsha Monastery3 Karsha Monastery4 Karsha Monastery5 Karsha Monastery6 Onderweg naar Karsha4 Onderweg naar Karsha5

Op weg naar Bardan
Kapotte brug Besneeuwde bergtop1 Besneeuwde bergtop2 Onderweg naar de sneeuw1 Onderweg naar de sneeuw3 Onderweg naar de sneeuw4 Uitzicht1 Manu aan de top Tagrimo Gompa Uitzicht2 Padum

2 gedachtes aan “Op wandel in een sprookje

Geef een antwoord

You have to agree to the comment policy.